Kamervragen over verminderde groei van glasvezel verbindingen

0
Kamervragen omslag

Eind mei is de Minister van Economische Zaken Henk Kamp door kamerlid Paternotte van D66 om uitleg gevraagd waarom er in Nederland sinds 2014 steeds minder nieuwe glasvezel verbindingen bij komen. Dit terwijl in de rest van Europa het glasvezel netwerk steeds verder wordt uitgebreid.

Deze kamervragen komen naar aanleiding van een artikel op NOS.nl op basis van een onderzoek door Stratix. In dit onderzoek is te lezen dat er in de eerste helft van 2017 nog vijftig duizend nieuwe glasvezel verbindingen bij zijn gekomen terwijl er in de tweede helft van 2013 ruim 5 keer zoveel huishoudens werden aangesloten. Dit terwijl KPN verwacht dat de het data verbruik per jaar met 50% zal stijgen ten opzichten van het voorgaande jaar.


bron:Stratix/NOS.nl

Lage behoefte en lage concurrentie zorgen voor mindere groei

In de kamervragen werd Minister Kamp van Economische Zaken door Kamerlid Paternotte (D66) gevraagd of de Minister een reden kon geven waarom er in de afgelopen jaren minder glasvezel is gelegd.

Minister Kamp verwijt de afname van nieuwe glasvezelverbindingen in Nederland onder andere aan een lage behoefte aan glasvezel internet. Zo hebben in Nederland 2,7 miljoen huishoudens toegang tot een glasvezelverbinding en neemt slechts 45% hiervan daadwerkelijk glasvezel internet af. Dit komt volgens Minister Kamp door het hoge niveau van de huidige mobiele en vaste telecominfrastructuur in Nederland.

Hierbij refereert hij naar een onderzoek van de Europese Commissie waaruit blijkt dat ruim 65% van de Nederlandse huishoudens beschikking heeft tot een internet snelheid van minstens 30Mb/s. 30% van de huishoudens kan zelfs meer dan 100Mb/s kan behalen. Hiermee is Nederland één van de voorlopers op basis van digitale connectiviteit en goed op weg om de Europese doelstelling te halen om in 2025 alle huishoudens beschikking te bieden met een 100Mb/s verbinding.


bron:Communications Committee and Eurostat

Naast de lage behoefte is de concurrentie op de breedband markt onvoldoende wat een negatief effect kan hebben op de investeringen. Deze investeringen zijn nodig voor de uitbreiding van het glasvezel netwerk. Want waar de glasvezel kabel zelf niet heel duur is, zitten de kosten vooral in het leggen van de kabel.

Maar zoals wij al eerder besproken hebben in het artikel : KPN of Ziggo : concurrentiestrijd benadeeld glasvezel aanleg, is het gebrek aan concurrentie niet het enige probleem. Wereldwijd zien we dat internetproviders de focus in de concurrentiestrijd leggen bij de aanleg van een glasvezel netwerk. Nederlandse providers proberen klanten te winnen met lagere prijzen en unieke content. Ondertussen wordt de aanleg van een glasvezelnetwerk genegeerd.

Zijn we klaar voor de toekomst zonder glasvezel?

Minister Kamp werd ook gevraagd of hij niet alleen zicht heeft op de behoefte van een snellere internetverbinding vanuit burgers, maar ook vanuit bedrijven, scholen, zorginstellingen en ander organisaties. Kan deze behoefte voorzien worden door verbeteringen op de huidige netwerken, zoals DOCSIS3.1 op het kabelnetwerk en bonded Vplus op het kopernetwerk.

In zijn antwoord verwijst hij naar een kamerstuk waarin een onderzoek naar vraag en aanbod op het gebied van digitale connectiviteit door het TNO en Dialogic wordt besproken. Hij geeft aan dat volgens het onderzoek van TNO dat er een goede match is tussen het vraag en aanbod voor de komende 10 jaar.

Maar daarnaast benoemd Minister Kamp ook dat een toenemende digitalisering kansen biedt om onze welvaart te vergroten. Hierbij noemt hij digitale leermiddelen, connected cars en e-healthtoepassingen maar men kan ook denken aan the internet-of-things en cloud computing. Dit zijn technieken die een hoge uploadsnelheid noodzakelijk zullen maken.

“De toenemende digitalisering biedt kansen om onze welvaart te vergroten.”

Hier ontstaat een probleem, want waar nieuwe technieken zoals bonded Vplus een download snelheid van 400 Mbit/s kunnen bieden blijft de uploadsnelheid achter met 60 Mbit/s. Snelheden die door het hoge frequentie gebruik alleen maar afnemen bij afstanden groter dan 550 meter tot de wijkkast. Glasvezel daarentegen kan down- en upload snelheden bieden die nagenoeg gelijk zijn met theoretische snelheden van ver boven de 1000 Mbit/s.

In het onderzoek van TNO wordt een groei jaarlijkse groei van 44,1% in de aangeboden uploadsnelheid verwacht. Volgens die verwachting zal aangeboden uploadsnelheid door Nederlandse providers in 2025 rond de 100 Mbit/s liggen. In een soortgelijk Duits onderzoek wordt verwacht wordt dat in 2025 ruim 75% van de Duitse huishoudens behoefte heeft aan een uploadsnelheid van ten minste 300Mbit/s. Terecht benoemd het TNO het feit dat een Nederlands huishouden geen Duits huishouden is, maar als de Nederlandse behoefte ook maar een beetje in de buurt komt van de Duitse dan zal de aangeboden uploadsnelheid in 2025 te weinig zijn.

Deze problemen zijn nu al merkbaar bij scholen waarbij leerlingen gebruik maken van digitale leermiddelen en hierbij bestanden uploaden. Vooral scholen die gebruik maken van een DSL verbinding bereiken in een snel tempo het bandbreedteplafond. Het TNO waarschuwt dat de behoefte naar uploadsnelheid voor scholen alleen maar zal toenemen. Het is onzeker of een coax of DSL (in de huidige vorm of een verbetering van deze techniek) kan voorzien in de behoefte. De opstap naar glasvezel internet ligt hier voor de hand.

Komt glasvezel nog op tijd?

Uit de antwoord van Minister Kamp lijkt het uitbreiden van het glasvezel netwerk af te hangen van de behoefte vanuit de gebruikers in plaats van te kijken naar de toekomst. Het gebruik van kabel en DSL internet kan snel achterhaald worden door de introductie van nieuwe technologie en toenemende digitalisering die meer upstream internetverkeer vereist. Hierdoor kan Nederland, zoals Minister Kamp zelf zegt, kansen mislopen op welvaart en de top positie op Europees niveau verliezen.

Als reactie ontstaan er steeds meer initiatieven, zoals het Mabin, die zich inzetten om buitengebieden meer breedband capaciteit te geven door de aanleg van glasvezel verbindingen. Het Mabin geeft wel aan dat zij zich exclusief richten op “witte buitengebieden”, hier is alleen DSL internet beschikbaar. Consumenten kunnen met behulp van een glasvezelcheck zelf bekijken welke internetverbinding zij ontvangen. Wanneer zij alleen beschikken over een DSL verbinding kunnen zij zich aanmelden bij één van de lokale initiatieven.

DELEN
Vorig artikelEuropese subsidie voor gratis openbare 4G wifi hotspots
  • Redacteur voor mobiele- en internet providers
  • Sinds 2015 actief in de telecomwereld

Sanne is sinds 2015 actief in de telecom branche. Voor verschillende websites schrijft ze dagelijks artikelen over de huidige trends in de telecom en internetmarkt.